Categorie: Nieuws

De wijzigingen in de Arbowet moeten de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening vergroten. Preventie staat nog meer dan voorheen centraal, voorkomen is immers beter dan genezen. De positie van de preventiemedewerker wordt versterkt, het medezeggenschapsorgaan krijgt een grotere rol bij het te voeren arbobeleid en de bedrijfsarts krijgt een adviesrol bij preventiemaatregelen en ziekteverzuimbegeleiding.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

De bedrijfsarts
De bedrijfsarts krijgt binnen de Vernieuwde Arbowet een meer onafhankelijke en adviserende rol. De werkgever wordt verantwoordelijk gesteld voor de verzuimbegeleiding van zijn werknemers. De bedrijfsarts en andere arbeidsdeskundigen krijgen het recht om direct overleg te voeren met de OR of Personeelsvertegenwoordiging. Het idee hierachter is dat zij zo meer invloed kunnen uitoefenen op het gezond en veilig werken binnen de organisatie.

Open spreekuur bedrijfsarts
Elke werknemer (dus ook deeltijd- en flexwerkers, oproepkrachten en personen met een nul-urencontract) kunnen preventief de bedrijfsarts bezoeken wanneer zij vragen hebben over hun gezondheid in relatie tot het werk. Dit met het idee om toekomstig verzuim te voorkomen. Dit kan zonder toestemming van de werkgever, de werkgever mag hierover ook niet worden geïnformeerd door de bedrijfsarts.

De bedrijfsarts krijgt vrije toegang tot de werkvloer
De bedrijfsarts krijgt dit recht, zodat hij de situatie op de werkvloer zelf kan ervaren en hij kan zien wat er op de werkvloer leeft en gebeurt. Hierdoor krijgt hij een completer beeld van de organisatie en kan hij de werkgever een beter preventief advies geven.

Second opinion andere bedrijfsarts
Elke werknemer heeft het recht om een second opinion te laten uitvoeren bij een andere bedrijfsarts, en waar mogelijk een andere arbodienst. Over de invulling en uitvoering van dit recht op second opinion moet de overheid nog nadere informatie verstrekken, dit is namelijk nog niet vastgelegd in de Vernieuwde Arbowet.

Klachtenprocedure
Elke bedrijfsarts moet een klachtenprocedure hebben, zodat een werkgever, werknemer of andere belanghebbende een klacht kan indienen. De indiener moet tijdens de gehele procedure op de hoogte worden gesteld van de voortgang en de uitkomst. Het besluit over de klacht wordt genomen door een onpartijdige derde.

De preventiemedewerker
De OR of Personeelsvertegenwoordiging krijgt instemmingsrecht bij de keuze van de persoon van de preventiemedewerker en over zijn positionering binnen de organisatie. De preventiemedewerker krijgt een belangrijkere rol binnen de organisatie. Hij gaat intensiever samenwerken met de bedrijfsarts en andere arbeidsdeskundigen.

Het basiscontract met een arbodienst
Er wordt een basiscontract arbodienstverlening ingevoerd. Hierin wordt de dienstverlening van de arbodienst vastgelegd. De volgende punten moeten hierin vermeld staan:

  • Dat de bedrijfsarts toegang heeft tot iedere werkplek

  • Hoe de bedrijfsarts of andere arbeidsdeskundige zijn wettelijke taken kan uitvoeren

  • Hoe het overleg tussen de bedrijfsarts, de preventiemedewerker en de OR of personeelsvertegenwoordiging is geregeld

  • Dat de werknemer recht heeft op een second opinion bij een andere bedrijfsarts en hoe deze procedure werkt

  • De meldingsplicht van de bedrijfsarts voor wat betreft beroepsziekten;

  • Hoe gebruik kan worden gemaakt van de klachtenprocedure.

    De werkgever en de arbodienst hebben tot 1 juli 2018 de tijd om de lopende contracten aan te passen aan de Vernieuwde Arbeidsomstandighedenwet.
    De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdt toezicht op de handhaving van het basiscontract. Bij niet correcte naleving kunnen er sancties worden opgelegd.

    Bron: Rijksoverheid en NBBU


Werkgevers kampen met acuut personeelsgebrek

Werkgevers hebben onderschat hoe snel de arbeidsmarkt aan zou trekken en daardoor ontstaan personeelstekorten. Ruim de helft van de werkgevers heeft moeite om geschikt personeel te werven.
Dat blijkt uit een onderzoek van salarisverwerker ADP, adviesbureau Berenschot en Performa Uitgeverij.

Komend jaar verwacht zelfs bijna twee derde van de ruim duizend ondervraagde personeelsmanagers in de problemen te komen op dit vlak. In 2016 had nog slechts 36% van de werkgevers problemen om vacatures vervuld te krijgen. Een jaar eerder was dat minder dan een kwart.

Tekort in veel sectoren
De problemen beperken zich niet meer tot de sectoren ICT en techniek, al zijn de problemen daar wel het grootst. Ook in de gezondheidszorg, de groot- en detailhandel en de industrie heeft meer dan 60% van de werkgevers moeite om functies te vervullen. Volgend jaar verwachten werkgevers in het onderwijs de meest door personeelstekorten geplaagde sector te worden. Bijna vier op de vijf voorziet dan problemen.

Regionale verschillen
Er zijn wel regionale verschillen. Werkgevers in Noord-Holland-Noord hebben bijna allemaal (89%) moeite om geschikte kandidaten te vinden. In de regio Rijnmond geldt dit slechts voor 40% van de kandidaten.

Bedrijven profileren zich
Om toch op te vallen bij potentiële werknemers proberen bedrijven zich te profileren. Dat doen ze vooral door hun bedrijfscultuur en sfeer te benadrukken. Bijna de helft van de bedrijven geeft ook hoog op van de toonaangevende producten die ze hebben en spraakmakende opdrachten die ze binnenkrijgen. Secundaire arbeidsvoorwaarden worden ook ingezet om zich te onderscheiden.

Economische groei
De vraag naar personeel zal naar verwachting verder stijgen, aangezien de seinen voor de Nederlandse economie op groen staan. Het Centraal Planbureau (CPB) is in zijn nieuwe ramingen vandaag positiever geworden over de economische groei in het land. Het CPB gaat voor 2017 uit van een plus van 2,4%, waar eerder nog op 2,1% groei werd gerekend. Voor volgend jaar wordt 2% groei voorzien, wat betekent dat het stevige aantrekken van de economie voorlopig aanhoudt.
Ook De Nederlandsche Bank (DNB) kwam deze week met positieve berichten over de economie.

Bron: ANP en Flexmarkt

Fiscus keurt 1 op 3 modelovereenkomsten ZZP af

De Belastingdienst kijkt uiterst kritisch naar modelovereenkomsten die zijn afgesloten tussen opdrachtgevers en zzp’ers in het kader van de Wet DBA. Ruim een op de drie modelovereenkomsten wordt afgekeurd.

Dat betekent overigens niet dat hierop ook altijd sancties zouden volgen, wanneer de Belastingdienst de DBA weer gaat handhaven. De fiscus heeft een ‘coachende rol’ wanneer een modelovereenkomst niet aan de regels voldoet. Dat schrijft het Directoraat-Generaal Belastingdienst in antwoord op een verzoek op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De indiener van het WOB-verzoek had informatie opgevraagd die betrekking heeft op de Wet deregulering arbeidsverhoudingen (DBA).

35% modelovereenkomsten afgewezen
Uit de verstrekte informatie blijkt dat ruim 35% van de modelovereenkomsten in eerste instantie wordt afgewezen. Tot de peildatum van 19 april van dit jaar werden 7.443 modelovereenkomsten voorgelegd aan de Belastingdienst. Daarvan werden er 1.566 goedgekeurd en 2.637 afgekeurd. In 2.429 gevallen besloot de indiener de aanvraag zelf stop te zetten.

Coachende rol Belastingdienst
Het kost de fiscus gemiddeld veertien weken om uitsluitsel te geven. Volgens het Directoraat-Generaal komt dit door de coachende rol van de Belastingdienst.
“Wanneer de Belastingdienst constateert dat een ingediende overeenkomst onvoldoende kenmerken bevat om buiten dienstbetrekking te kunnen werken, stelt de Belastingdienst zich behulpzaam op door bijvoorbeeld de wettelijke mogelijkheden toe te lichten. De Belastingdienst geeft aan wat wél kan en hoe het wel kan. Hierover gaat de Belastingdienst met de indiener van de overeenkomst in gesprek. Zo zijn veel van de eerste ingediende versies onvoldoende, maar maken de daaropvolgende versies wel het oordeel werken buiten dienstbetrekking mogelijk. Een overeenkomst wordt dus niet direct afgewezen wanneer de eerste versie niet voldoet.”

Redenen om modelovereenkomst in te trekken
Redenen voor de indieners om hun modelovereenkomst toch niet te laten beoordelen zijn onder andere:

  • Indiener heeft geen behoefte meer aan een standpunt op een overeenkomst;

  • Indiener ziet in dat het een dienstbetrekking betreft of zal werken met een gepubliceerd model;

  • Indiener heeft duidelijk een opdracht en er is geen model nodig.

    Handhaving DBA opgeschort
    Onder opdrachtgevers en zzp’ers bestaat veel onzekerheid over de DBA. Zij vrezen de gevolgen van een afgekeurde modelovereenkomst. De regering heeft daarom besloten dat de Belastingdienst tot ten minste 1 juli 2018 niet zal handhaven.

    Dit besluit geldt niet voor kwaadwillenden. Dit betekent dat de betrokkenen opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan. Dit terwijl zij weten – of hadden kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Malafide opdrachtgevers behalen hiermee oneigenlijk financieel voordeel.

    Ruis over gezagsrelatie
    De Belastingdienst richt nu eerst op tegen ernstigste gevallen. “Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie”, schrijft het Directoraat-Generaal. “Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.”

    Bron: PW en flexmarkt.nl



Terug naar overzicht

E-MAILiT